Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Delfzijl,16-06-2016

Iedere zomer zijn ze er wel: hoosbuien. Maar waarom wordt de ene plek vaker getroffen dan de andere? En waarom veroorzaken ze vaker overlast?

De NOS en het KNMI publiceerden gisteren een onderzoek naar hoosbuien. De conclusie was dat twee derde van ons land in de afgelopen 10 jaar te maken had met hoosbuien, 1,6 procent van die gebieden kreeg zelfs 5 tot 7 keer een hoosbui. Klimaatverandering wordt genoemd als reden voor (het toenemende aantal) hoosbuien. Dat klopt. Het feit dat de ene plek meer hoosbuien krijgt dan de andere, berust volgens het KNMI op toeval. Maar is dat wel zo? Volgens ons zijn er wel degelijk lokale omstandigheden die deze uitschieters kunnen verklaren. We zetten ze vandaag voor u uiteen. Ook kijken we waarom dergelijke plensbuien tegenwoordig vaker wateroverlast opleveren dan vroeger het geval was.

Voor een hoosbui hanteert het KNMI het criterium dat er minstens 25 millimeter neerslag in een uur tijd moet vallen. In de periode van 2006 tot 2015 kwam dit in ongeveer één derde van het land helemaal niet voor; elders dus wel minstens één keer. In onder andere Kockengen, Haaksbergen, Maasbracht en Meerkerk gebeurde het zelfs zeven keer. Bekijk de kaart via deze link.

Verstedelijking en ontbossing

Terwijl er in het merendeel van het land nu sprake is van droogte, heeft het zuidoosten van het land veel last van de vele hoosbuien die er gevallen zijn. Diverse beken zijn buiten hun oevers getreden. Bovendien dreigt een deel van de oogst voor boeren in Limburg en Oost-Brabant te mislukken omdat hun akkers onder water staan. Sommigen overwegen zelfs om waterschappen aansprakelijk te stellen omdat die volgens de boeren verantwoordelijk zijn voor het waterbeheer.

Dat we tegenwoordig meer problemen hebben met de afvoer van regenwater (door neerslag die in Nederland of in de stroomgebieden van onze rivieren is gevallen), is goed te verklaren. Maar dit komt niet alleen door het feit dat buien als gevolg van klimaatverandering steeds heftiger en neerslagrijker worden. Een andere oorzaak voor de veranderende waterhuishouding in Nederland is dat natuurgebieden steeds vaker plaats maken voor verstedelijkt gebied met een uitgebreid afwateringsstelsel.

Eerdere en grotere afwateringspiek

Die natuurgebieden fungeerden voorheen als buffer waarin het water enige tijd werd opgeslagen. Ook zorgden ze voor een gelijkmatigere afvoer van het regenwater. Door bijvoorbeeld ontbossing is die buffer er nu vaak niet meer. Water kan veel lastiger worden opgeslagen. Ervoor in de plaats moet een steeds uitgebreider rioleringsstelsel voor een snelle afvoer van het hemelwater zorgen.

Vaak gaat dit goed, maar niet altijd. Zeker na weerssituaties waarbij er in korte tijd veel neerslag is gevallen, leidt het afvoeren van hemelwater steeds vaker tot problemen. Door het ontbreken van de natuurlijke buffer kunnen rioleringsstelsels de grote hoeveelheden water in korte tijd niet meer aan. Daarnaast is duidelijk dat de afvoerpiek in rivieren niet alleen eerder volgt, maar ook extremer is.

Hoosbuien door industrie

Op de hoosbuienkaart die door het KNMI en de NOS is gepubliceerd, valt een aantal zaken op. Hierbij moeten we in ons achterhoofd houden dat er in Nederland veelal sprake is van een zuidwestelijke wind.

Opvallend is dat in het verlengde van de lijn Lille - Gent - Antwerpen (en Breda) een duidelijke zone met veel hoosbuien ligt. Mogelijk speelt industrie hierbij een rol. Lille en Antwerpen zijn immers steden die hierom bekend staan. De industriële uitstoot brengt extra roetdeeltjes in de atmosfeer met zich mee. Waterdamp kan zich gemakkelijk aan deze condensatiekernen hechten, waardoor eerder buien ontstaan. Stadswarmte levert mogelijk ook een bijdrage.

Stadseffect en invloed van de zee

Verder zien we rondom Amsterdam een duidelijke ‘hoosbuien-hotspot’. De stad als warmte-eiland kan hiervoor mogelijk een oorzaak zijn. In zo’n gebied is de temperatuur door het stadseffect immers wat hoger dan in het landelijke gebied er omheen. En omdat warmere lucht meer vocht kan bevatten, zijn de buien in deze gebieden ook heftiger.

Opmerkelijk is dat dit stadseffect rondom Rotterdam minder duidelijk terug te zien is, zeker ten westen van de stad. Dit valt weer goed te verklaren door de nabijheid van de zee. Onder invloed van een wind die vanaf zee afkomstig is, pakt de temperatuur hier mogelijk juist wat lager uit, waardoor het stadseffect mogelijk teniet wordt gedaan.

Reliëf en water

Niet alleen de Noordzee heeft invloed op buien in Nederland. Ziet u op de hoosbuienkaart het lijntje ten zuidoosten van Leeuwarden? Dit ligt in het verlengde van een lang stuk IJsselmeer dat vanaf Marken richting Lemmer loopt. Met een zuidwestelijke stroming en bij warm IJsselmeerwater kan de lucht hier flink wat vocht opnemen. Een goede verklaring voor de hoosbuien in deze regio. Mogelijk doen bij een iets meer geruimde stroming ook de Friese meren hierbij nog een duit in het zakje. Ook de vele buien in de Noordoostpolder kunnen veroorzaakt worden door de stroomopwaartse ligging van het IJsselmeer.

Ook reliëf kan een rol spelen. De Veluwe en Utrechtse heuvelrug springen er immers uit als iets nattere gebieden. En het is reeds bekend dat enkele tientallen hoogtemeters (waarvan in deze regio’s sprake is) net een extra impuls aan de buienproductie kunnen geven. En ziet u de vele hoosbuien in delen van Twente en de Achterhoek? Hier lijken toenemende hoogte van het gebied en de aanwezigheid van zandgronden met daarbij horende warmte een rol te spelen.

Grondsoort en bodemgebruik

Ook de hoosbuien in het oosten van Groningen kunnen mogelijk verklaard worden door de bodem. Er is hier immers sprake van zandgronden, die over het algemeen wat warmer worden. En net als bij steden, kan warmere lucht meer vocht bevatten. Dus als er eenmaal een bui is, komt er ook meer water naar beneden.

Tot slot zien we in Oost-Brabant en Limburg ook een aantal duidelijke stroken met hoosbuien. Deze worden op hun beurt mogelijk weer verklaard door bossen ten zuidoosten van deze gebieden. In die bossen is meer vocht voorradig, wat bij een zuidwestelijke stroming een extra impuls aan de buien kan geven. Zand en warmte in deze gebieden doen de rest.

Bronnen: KNMI, NOS & MeteoGroup.