Gebruikerswaardering: 1 / 5

Ster actiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Delfzijl, 15.05.2014

We hebben een koele en natte fase achter de rug. Dat neemt niet weg dat de opwarming in de lente, die de laatste decennia al zo krachtig was ingezet, onverminderd doorgaat. Dat is vooral in april het geval, ondanks het feit dat de opwarming in ons land in die maand al groter was dan in welke andere maand dan ook.

April een echte lentemaand

Een kwart eeuw geleden konden we met een gerust hart zeggen dat de kans op een Elfstedentocht in de winter groter was dan de kans op een zomerse dag in april met een maximumtemperatuur van 25,0 graden of hoger in De Bilt. Inmiddels is die bewering door de realiteit meer dan achterhaald. Kijken we naar De Bilt, dan zien we dat de gemiddelde temperatuur voor de hele grasmaand meer dan een halve eeuw lang tussen 8,0 en 8,6 graden schommelde. Echter, de laatste twintig jaar is een sterke stijging ingezet, een stijging die tot heden ten dagen nog steeds doorgaat.

Het langjarige gemiddelde over dertig jaar lag in de periode 1971-2000 met 8,3 graden rondom hetzelfde peil als de zestig jaar daarvoor, maar april verliep in de jaren 2001-2010 zo warm, dat het gemiddelde over 1981-2010 (de huidige ‘normaal’ periode) met 9,2 graden bijna een volle graad was gestegen! En daarmee was de koek nog niet op, want kijken we naar het gemiddelde over de laatste dertig jaar (1985-2014), dan zien we dat dit met 9,5 graden alweer 0,3 graden hoger is uitgekomen.

Het landelijke beeld

Uiteraard is dat beeld in heel het land te constateren. Ook op de andere hoofdstations (Beek, Den Helder, Eelde en Vlissingen) zien we dat april in de huidige norm 0,8 of 0,9 graden warmer is geworden, in vergelijk met de oude norm, en dat, als we naar de laatste dertig jaar kijken, daar nog eens 0,2 tot 0,4 graden bovenop is gekomen.
Splitsen we die temperaturen verder uit, dan zien we dat de nachten weliswaar zachter zijn geworden, maar dat de opwarming in de maximumtemperaturen het grootst is. In De Bilt zien we een stijging van 12,9, via 14,0 naar 14,4 graden; een opwarming van anderhalve graad! Op de andere stations in het binnenland is die stijging net zo groot, op de kuststations met 1,2 of 1,3 graden iets kleiner, maar ook zeer significant.

April grossiert in warmterecords

Kijken we naar De Bilt en naar alle aprilmaanden sinds 1901, dan zien we dat de vier warmste grasmaanden van recente jaren zijn, namelijk 2011, 2007, 2009 en dit jaar, 2014 dus. In 2007 beleefden we met afstand de warmste aprilmaand in 300 jaar. Het record van de 20e eeuw (11,1 graden in 1993) werd toen met twee volle graden verbeterd! Minstens zo opmerkelijk was dat dit kunststukje al vier jaar later, in april 2011, werd herhaald, want ook toen werd het 13,1 graden gemiddeld.
Rangschikken we alle aprilmaanden van warm naar koud, dan wordt eens te meer duidelijk hoeveel warmte april sinds 2000 in ons land heeft opgeleverd. Acht van de vijftien aprilmaanden staan in de top 20, en slechts drie belanden bij de koudste helft. April 2013 zat met 8,1 graden op de 68e plaats en was de koudste van dit vijftiental, maar die 8,1 graden is toch niet lager dan het langjarige gemiddelde dat in de vorige eeuw voor april gold en dat schommelde tussen 8,0 en 8,6 graden.

Dat zien we ook als we naar de dagrecords kijken. Bezien we de hoogste en laagste waarden voor de maximum- gemiddelde- en minimumtemperatuur voor iedere aprildag sinds 1901, dan kunnen we voor iedere categorie dertig warmte- en dertig kouderecords noteren. Bij een niet veranderend klimaat mag je een gelijke verdeling van deze records verwachten. Met andere woorden, vier records zouden dan na 1999 moeten zijn opgetreden en 26 in de jaren 1901-1999.
Hoe anders is het werkelijke beeld! Na 1999 is slechts één koude dagrecord gebroken, namelijk voor de minimumtemperatuur (-4,3 graden op 14 april 2001). Daar staan tien warmterecords voor de minimumtemperatuur tegenover. Voor de gemiddelde- en maximumtemperatuur is de balans nog schever. Géén kouderecords, maar wel dertien, respectievelijk 14 warmterecords. In totaal heeft deze eeuw in april dus 37 warmterecords en slechts één kouderecord opgeleverd. En daarbij is dan nog niet eens meegerekend dat op sommige dagen dat warmterecord deze eeuw meermaals is gebroken! De extreem warme aprilmaanden uit 2011 en 2007 namen daar met 23 warmterecords het leeuwendeel voor hun rekening, maar in totaal acht van de vijftien jaren sinds 1999 leverden minimaal één warmterecord op.

Hele lente warm

Maar eigenlijk is de hele lente flink opgewarmd. Dat geldt ook voor maart en mei. Afgelopen jaar vormde een grote uitzondering, maar dit jaar was ook maart erg warm. Tot dusver is mei koel en erg nat verlopen. Aan die nattigheid kan niet veel meer worden gedaan, maar het warmtetekort zal na morgen snel worden weggewerkt. De temperatuur gaat namelijk fors oplopen. In het weekend zal de 20 graden op steeds meer plaatsen gehaald of overschreden worden en na het weekend wordt het nog warmer, met dinsdag hier en daar zelfs 27 graden! Gezien deze vooruitzichten, wordt de kans groot dat, ondanks de koele eerste helft, mei als geheel toch als een ‘te warme’ lentemaand in de klimaatboeken zal verdwijnen. En dat geldt dan ook zeker voor de lente als geheel. Sterker nog, kijken we naar de periode 1 maart – 14 mei, dan komt 2014 met 10,4 graden zelfs op een tweede plaats uit en zit alleen 2007 daar nog (ruim) boven met 11,1 graden gemiddeld.

Bronnen: MeteoGroup, KNMI, mscha, eigen archief.