Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief

11-13 februari 1979. Voorspel van de sneeuwstorm.

Op 9 en 10 februari bevonden we ons in het overgangsgebied tussen een depressiestelsel boven Noord Scandinavië en een lagedruksysteem boven de oceaan ten westen van de Golf van Biskaje. Het waren de enige sneeuwloze dagen van de maand. Op 11 februari verwijderde het Scandinavische systeem zich naar het oosten, terwijl het oceanische depressiecomplex in de richting van Frankrijk trok. Fronten hiervan drongen geleidelijk op naar het noorden en gaven in de loop van de dag aanleiding tot ijzel en sneeuw, het eerst in het zuiden van het land.

Het KNMI verwachtte dat aanvankelijk de ongemakken tot het zuiden beperkt zouden blijven, maar de lucht trok geleidelijk dicht, terwijl de harde oostenwind bijzonder onaangenaam was. In het uiterste zuiden begon de neerslag rond het middaguur als regen. Enkele uren later viel de eerste neerslag in het grote riviergebied, maar nu als ijsregen en af en toe een vlokje sneeuw. De temperatuur bedrag 1 à 2 graden, maar spoedig ontstond toch ijzel.
In het begin van de avond liep het kwik nog iets terug. Lichte sneeuw begon te vallen (vrijwel niet in Zuid-Nederland); de wind hield onverminderd aan. Omstreeks het middernachtelijk uur sneeuwde het tot de lijn Marke – Twente. Langzaam trok de neerslagzone noordwaarts. De wind zorgde al voor enige driftsneeuw.

In Noord-Nederland sneeuwde het vanaf 04h, gevolgd door wat ijsregen en onderkoelde regen, die globaal genomen in het begin van de avond (12 februari) ophield. De temperatuur bleef daar bij 01 graad steken. In het zuiden ging in de nacht van de 11e op de 12e de neerslag al over in wat regen; in het midden van het land gebeurde dit in de nanacht.
De temperatuur steeg tot 9 graden in Zuid-Limburg, maar op de meeste plaatsen werd het die dag circa 4 graden, terwijl mist ontstond.

Het front, dat de neerslag veroorzaakte, kwam boven NO-Groningen en Friesland tot stilstand, zodat Ten Post en Uithuizermeeden de gehele 12e door onderkoelde regen opvingen. Dit zou daar nog tot ver in de 13e aanhouden.
Inmiddels trokken echter nieuwe fronten op, die het weer op de 13e gingen beïnvloeden. Deze werden voorwaarts gestuwd door een zeer diepe depressie, die al op 11 februari, 00h, met een kernwaarde van 950 hPa te vinden was op de weerkaart; 44 NB, 45 WL. Deze depressie trok geleidelijk opvullend naar het oosten en lag op 13 februari, 12h boven de ingang van het Kanaal met een druk van zo’n 973 hPa. Een front dat over ons land langzaam noordwaarts trok, veroorzaakte in het noorden langdurig onderkoelde regen met ijzel, terwijl in het zuiden achter een volgend (minder markant) front opklaringen voorkwamen bij temperaturen rond de 9 graden.

De ijzel duurde in het noorden de hele dag. Aanvankelijk bleef deze ijzelzone zich handhaven te noorden van de lijn Kop van Noord-Holland – Meppel. De neerslaghoeveelheden waren niet gering. Uithuizermeeden mat 15 mm. Daar ijzelde het al vanaf 12 februari, 17h en het hield aan tot 13 februari 15h50: bijna 23 uren dus.

De 13e februari: een grimmige dag in het uiterste noorden, een bijzonder onaangename temperatuur bij een steeds meer toenemende wind. In de loop van de 13e ging zich een hogedruk vormen van Groenland tot Scandinavië, dat zich versterkte en een tegenwicht voor de opdringende fronten vormde. Het Waddengebied werd als het ware een frontenkerkhof. In de nacht van 13 op 14 februari trok de Kanaal-depressie langzaam Noord-Frankrijk en België binnen. Het evenwicht werk verbroken in het voordeel van de koude lucht en de fronten keerden, geactiveerd tot koufronten weer terug. Het meest zuidelijke front bracht in de middag van de 13e al veel regen in het Midden en Zuiden. Het noordelijke front trok in de avond zuidwaarts met sneeuwval en een tot stormachtig toenemende wind uit ONO. De grote sneeuwstorm was begonnen.

14-15 februari: de beer is los.

Staat de 14e februari overal bekend als de dag waarop het sneeuwgeweld losbarstte, in feite begon de sneeuwstorm al eerder in het uiterste noordoosten van ons land. In Uithuizermeeden ging de ijzel al op 13 februari om 15h50 over in zware sneeuw. In Ten Post gebeurde dat om 16h30. Frappant was het, dat het in Zuidhorn droog was van 17h30 tot 22h00. Op de Friese stations trad hetzelfde verschijnsel op, maar dan even later. Het inzetten van de sneeuw begon in Zuidhorn 5 ½ uur later dan in Ten Post. Het sneeuwgebied breidde zich naar het zuiden uit. De wind nam in het noorden zoals gezegd tot stormachtig toe met uitschieters tot zware storm.

Ondertussen bleef het in Midden- en Zuid-Nederland onafgebroken zwaar regenen, terwijl ook daar de temperatuur hard zakte. Rond 02h ging de ijzel in het zuiden van Noord-Holland over in sneeuw. Enkele uren later gebeurde dit ook in de rest van Midden-Nederland en pas tegen 10h in Zuid-Limburg. Het front lag nu NO-ZW, zodat de kouinval in het westen eerder begon dan in het zuidoosten van het land, waar de depressiekern nog dichtbij lag.
In het noorden ondertussen woedden ongekend hevige sneeuwstormen. De sneeuw stoof over de beijzelde velden en kon nergens houvast vinden, behalve achter boomgroepen, boerderijen, in dorpen, enz. Spoedig viel hier en de daar de elektriciteit uit zoadat het poollandschap compleet was.

Toen het licht werd, bleek de ernst van de situatie. Reeds toen hadden zich sneeuwduinen gevormd tot 1.5 meter hoogte, zodat vele wegen (zelfs autowegen) geblokkeerd waren. Veel mensen konden hun werk niet meer bereiken, bussen reden niet, auto’s sneeuwden in. Scholen sloten de deuren. Het is onmogelijk om een goed beeld te geven van zo’n blizzard, wanneer men dit niet aan de lijve heeft. ondervonden. Die dag was het buiten vertoeven een pijnlijke kwestie. Bijeen zicht variërend van 50 tot soms 5 meter sneed de scherpe stuifsneeuw sneeuwde het eigenlijk nog of woei de sneeuw alleen maar op??) in je gezicht en dit bij een temperatuur van -5 graden en een wind die nog steeds minstens stormachtig was. Barbaars is een term, die niet overdreven lijkt.

Sneeuwhoogtemetingen waren voor het eerst in de lange loopbaan van sommige waarnemers onmogelijk; voortdurend wijzigde de hoogte van de duinen zich. Aan neerslag af tappen viel niet te denken: veel regenmeters waren ondergestoven en andere stonden soms geheel leeg: Ook enkele KNMI-stations gaven geen neerslagsom op. In Zuid-Nederland kon wel een indicatie van de sneeuwhoogte worden gegeven:
Zuid-Limburg 2 cm!
Noordbrabant 7-10 cm
Zeeland 3-4 cm
Rijnmond 3-4 cm
Utrecht/Gooi 7 -8 cm

In St.Katelljne Waver (België) werd 3 cm gemeten.

De depressiekern ondertussen had z’n snelheid verloren en zakte heel langzaam via ZW-Duitsland naar Italië af. De drukverschillen bleven groot, waardoor de sneeuwstorm bleef aanhouden; ook de neerslag hield nog niet op. In de avond van de 14e werd de ellende nog groter. De wind nam nog wat toe, zodat in het uiterste noorden zelfs windkracht 10 bereikt werd (Leeuwarden, Uithuizermeeden). Verder zuidelijk meldden Amstelveen en Den Haag respectievelijk uitschieters van 22 en 21 m/. Alle waarnemers in de regio noord meldden zware hoge driftsneeuw. Het noorden ging een tweede precaire nacht in. De sneeuwval nam in intensiteit toe. Aan de meteorologische situatie veranderde in feite weinig. De sneeuwduinen hoopten zich plaatselijk tot ongelooflijke hoogten op. Vooral in N-Groningen en N-Friesland waren hoogten van 4 tot 6 meter vrij algemeen. Veel dorpen raakten totaal geïsoleerd om van alleen staande boerderijen nog maar te zwijgen. Alle autowegen in het noorden waren afgesloten, er was zelfs een rijverbod.

Op sommige plaatsen was sprake van een noodsituatie: telefoonverbindingen waren verbroken en hoogspanningskabels braken door de zware ijzellast en hevige storm. Crisiscentra werden opgericht. Sneeuwruimen had geen zin: wegen stoven net zo hard weer dicht. De ochtendwaarneming van Sneek moest na een traditie van 16 jaar worden gestaakt: eerst moest een tunnel naar de hut worden gegraven. De grasminimumthermometer lag onder een duin van anderhalve meter.

Hadden waarnemers het moeilijk, de boeren worstelden met nog grotere problemen. De afvoer van melk stagneerde evenals de aanvoer van veevoeder. In Friesland stortten bovendien circa 15 moderne ligboxstallen gedeeltelijk in onder de sneeuwlast. Militairen kwamen te hulp om wegen te heropenen en dorpen uit het isolement te verlossen. Onder de mensen heerste door de gemeenschappelijke strijd tegen de witte vijand een grote saamhorigheid, behalve in de kruidenierswinkels, waar velen zich verdrongen om voedingsmiddelen te bemachtigen uit misplaatste angst voor schaarste. De kleine bakker op de hoek, die altijd “duur” werd gevonden vergeleken bij de Miro in de stad, was plotseling weer bij iedereen in tel.

Niet alleen het noorden zat overigens in de sneeuwproblemen; ook elders waren er grote moeilijkheden. Voor het eerst sinds de opening van de luchthaven Schiphol werd deze voor alle vliegverkeer gesloten. Klaas Bijker, die terugkeerde van z’n werk in Amsterdam en naar Amersfoort onderweg was, “maakte angstige momenten in de trein mee, in een ondergestoven poollandschap met een zicht dat soms niet bestond”.

In Uithuizermeeden staken sommige huizen alleen nog met de schoorsteen boven de gigantische sneeuwduinen uit. Bovendien waren hier door de storm vele TV—antennes afgeknapt. We citeren G.K.Bolhuis: “de onvoorstelbaar hoge sneeuw - duinen zijn waarschijnlijk de hoogste, die sinds mensenheugenis in ons gebied zijn voorgekomen (....) Jan Bolt en ik bezochten de dorpen Oosternieland en Zijldijk. Vrijwel alle huizen waren tot de dakgoot of hoger onder de sneeuw bedolven”. W.Wieringa te Wirdum (Gr): “door de storm en de ijslaag kunnen voetgangers de weg niet oversteken. Als een ijszeiler word je de weg overgeblazen. Levensgevaarlijk”. In Ten Post veranderde het landschap volgens Henk Veldman van “Siberië in “Klein—Zwitserland”. Langzamerhand nam in de loop van de 15e de wind wat af, zodat men bressen in het isolement kon slaan. Het vervoer kwam weer wat op gang, hoewel de sneeuwredacteur te Oosterbeek onderweg naar Sneek op l6 februari nog 7 1/2 uur nodig had om daar te arriveren. In Akkrum rezen de sneeuwduinen tot dakhoogte.
Op 17 februari nam de wind tot schrik van de noorderlingen weer toe, terwijl het kwik nog iets inkromp. Bovendien viel er nota bene onderkoelde motregen bij -8 graden, later wat sneeuw. Na deze dag ging de wind eindelijk te ruste... Het noorden herademde.

Latere sneeuwsituaties Na de sneeuwchaos van 14 t/m 17 februari kwam de natuur tot rust. Het was plaatselijk zonnig, maar ook trad nogal wat mist op. Hieruit viel (zeer lokaal.) motsneeuw, zodat de aantallen sneeuwdagen weer sterk kunnen variëren.

Op 22 februari trok een oceaanfront van de Britse eilanden naar ons land. Het veroorzaakte in de ochtend al wat motsneeuw en onderkoelde regen in weet Nederland, ‘s middags ook in het oosten. In het westen viel overigens meer regen dan sneeuw; in het oosten was die verhouding net andersom. Daar werd het ‘s nachts droog zonder dat de sneeuw was overgegaan in regen, terwijl onze stations langs de westkust en in Zeeland dat wel meldden. De temperatuur liep daar aan het eind van de avond op tot 2 graden 0. Duidelijk was dat het front, ingebed tussen twee hogedruksystemen, aan activiteit inboette. Wel trad de volgende dag enige dooi op Het sneeuwdek was nauwelijks (0.5 tot 1 cm) hoger geworden. We kwamen opnieuw in een rustig weertype et plaatselijk motsneeuw, Het krachtige oceanische hoog (1044 hPa) verwijderde zich van ons land in zuidelijke richting en we kwamen aan het eind van deze wel bijzonder ongeriefelijke winter: een krachtige west-circulatie trad in. Sneeuwresten zouden zich in het noorden nog weken handhaven....

Enkele feiten van de sneeuwstorm in noord Nederland:
Duur: ± 90 uur driftsneeuw
Neerslag: naar schatting 15 tot 30 mm
Sneeuwduinhoogte: 3-6 meter
Gem.temp.: -5 à -6 graden Celsius
Winduitschieters: 100 km/h