Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Weercursus Jules Geirnaerdt - Voorspelbaarheid

11. Voorspelbaarheid.

Hoe lang kunnen we vooruit kijken? Is dat 2 of3 dagen, of meer dan 10 dagen? Eerder zeiden we al dat de precisie van de verwachting 20% van de verwachtingstermijn was. Dat betekent dat als ik 's ochtends regen voor de volgende nacht voorspel, dat ik dan erbij moet zeggen of dat in het begin van de nacht zal zijn of later in de die nacht. Immers, die periode is zo'n 20 uur ver weg en dat moet ik het begin van de regen binnen een tijdsvenster van 4 uur weten te plaatsen.

Op nog kortere termijn kun je natuurlijk tijden noemen. Is het op moment van predictie 8 uur 's ochtends en er komt een groep buien aan uit het westen, dan kan best gezegd worden dat de eerste buien over het IJsselmeer komen tussen 11 en 12, en dat ze bij de Hondsrug zijn tussen 13 en 15 uur (deze laatste marge is 2 uur).

Wordt het echter een voorspelling voor morgen, dan doet een uitspraak als: "morgen gaat tussen 1 en 2 de zon schijnen" nogal potsierlijk aan. Je voelt het met je boerenverstand wel aan. "Rond of in het begin van de middag" is dan een betere optie, en beter begrijpelijk. Mocht dan de regen eerder of later komen, dan is dat niet erg. Mocht u heel zeker willen zijn, dan kunt u altijd nog kiezen voor: "het weer van morgen is ongeveer hetzelfde als dat van vandaag, met kans op een bui".

Op de langere termijn is het aantal dagen een mooie teller. Is een regenfront 5 dagen ver weg, dan is de marge dus de hele dag. Maar de onzekerheid in diverse berekeningen speelt hier ook een rol. Sommige varianten geven na 2 dagen al heel ander weer en soms is het de komende 7 tot 1 0 dagen wel duidelijk wat er gaat gebeuren. De oude regel van "niet meer dan 3 dagen vooruit" lijkt nog steeds een goed gemiddelde, maar soms is het venster toch echt langer.

De ECMWF-berekeningen geven ons een goed inzicht in de mogelijkheden voor de komende 10 dagen. Te vinden op: http://www.knmi.nl/exp/pluim/ In de onderste rij staat de temperatuur voor meetpunt De Bilt. De rode lijn is de hoofdberekening. Na die eerste model-uitdraai wordt een gelijkwaardig, iets eenvoudiger model nog eens 50 keer gestart, steeds met (enigszins) verschillende invoer van de huidige situatie. De 50 temperatuursberekeningen die daaruit voortvloeien worden met groene lijnen in de tabel gezet. Naarmate de termijn vordert, lopen de rode en de groene lijnen uiteen, maar een patroon blijft meestal wel herkenbaar. Zie figuur.

 

Een ander verhaal wordt het als de groene lijnen uiteen gaan lopen. En dat soms al na enkele dagen. Kijk op bijgaand plaatje. Het lijkt een vrij zekere verwachting, maar na 2-3 dagen is er al een verschil van 5 tot 6 graden. Dat loopt na 5 dagen op naar zo'n 7 graden. Tamelijk grote onzekerheid derhalve, en dan is er ook nog eens geen keuze te maken welke mogelijkheden er zijn. Inderdaad: Licht wisselvallig met temperaturen van 5 tot 12 graden in dit geval!

Bijzonderheden doen zich soms voor als er 2 of 3 discrete (bepaalde) mogelijkheden zijn. Soms gaat de atmosfeer op naar een hogedrukgebied boven Noorwegen, soms houden depressies de overhand en is het nog onbeslist. Je kunt dit in deze zogeheten ECMWF-ensembles zien als 2 takken die elk een eigen kant op gaan. Hiernaast is dat goed te zijn. We noemen zo 'n punt dat er een soort "beslissing" wordt gemaakt een "bivocatiepunt". De verwachting zou dan ongeveer moeten luiden als: "Voorlopig bewolkt met kans op regen, vanaf vrijdag enkele buien en mogelijk wat kouder".

Mooi kan soms gezien worden hoe zeker een verandering is. die eraan komt. Veranderingen zijn psychisch moeilijk te verwachten, je moet immers iets aankondigen wat er nog niet is. Met de ensemble- of "pluim"-verwachting (zoals deze in de weerkundige volksmond genoemd wordt) kan enig zelfvertrouwen worden opgepikt. In bijgaand plaatje is het eerst tussen 0 en -5, maar na 2 dagen wordt het 7 tot 10 graden. 1 op de 50 groene lijnen doet wat anders. Een dooi-aanval is dus aanstaande, en ook nog eens in een vrij korte overgangsperiode. Het lijkt dus een zekere zaak. Natuurlijk willen we geen dooi aankondigen maar soms zult u dat toch moeten, of dat leuk vindt of niet.

Verwarrend wordt het als er eerst onzekerheid is en daarna weer zekerheid. Op bijgaande figuur lopen de lijnen eerst sterk uiteen maar aan het einde van het filmpje gaande lijnen toch weer naar elkaar toe. Je zou kunnen zeggen dat er eerst weinig patroon in de atmosfeer zit, maar dat er op termijn toch wel wat kou inzit. In dit soort gevallen is het misschien beter om de kat uit de boom te kijken en af te wachten, hoewel er wel reden voor is om de kans op een kleine vorstperiode te voorspellen. Omgekeerd is het zo dat bij het ingaan van een vorstperiode soms al met enige zekerheid gezegd kan worden wanneer die ophoudt. Dat werkt natuurlijk niet erg romantiserend, maar bedenk dat sommige mensen daar ook wel blij mee kunnen zijn. Een paar sneeuwbuitjes in een winter en ze zijn tevreden. Nou ja, er zijn diverse mogelijkheden bij deze "voorspelbaarheids-verwachtingen". Sommige zijn bruikbaar, sommige hebben minder voorspellende waarde.

Dit is het einde van dit hoofdstuk en tevens het einde van dit cursusboek. Na dit hoofdstuk staan nog een aantal vuistregels, die handig kunnen zijn bij het maken van de voorspelling (of verwachting, zo u wilt), of bij het begrijpen van de huidige situatie en de computervoorspellingen.

Succes met de toekomst in het weer. Doe er voorzichtig mee maar wees niet te afwachtend. Ook de atmosfeer houdt zich aan bepaalde regels en die kunt u gebruiken.

Bedankt voor de aandacht bij deze VWK-cursus.

Jules Geirnaerdt.