Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief

Delfzijl, 21-10-2020

Waar staan we op dit moment in de aanloop naar de winter, ongeveer een maand nadat we onze eerste versie van de winterverwachting voor 2021 hebben gepresenteerd? Verloopt de herfst tot nu toe op de manier die we hadden verwacht, of zien we toch al veranderingen ten opzichte van het verwachte pad? In dit verhaal geven we een tussenstand.

Toen we op 23 september de eerste versie van onze winterverwachting presenteerden, was dit het beeld: de aanloop naar de winter zou tijdens de herfst door hogedrukgebieden gedomineerd worden, vooral ten zuiden van Nederland. Bij ons daarbij meestentijds hogere dan normale temperaturen, maar wel de invloed van storingen.

In november zou er vervolgens een verschuiving van de hogedrukimpulsen naar de Oceaan, vooral naar het gebied van IJsland en Groenland moeten komen. De westcirculatie raakt op die manier geblokkeerd en Europa zou gevoeliger worden voor uitbraken van koude lucht vanuit het noorden. Tegen het einde van de maand zou de lucht dan af en toe zo koud moeten zijn, dat we ook van winterweer zouden moeten kunnen spreken.

December onduidelijker
Voor december was het beeld vervolgens onduidelijker. Het al dan niet aanhouden van het koudere weer hangt dan sterk samen met de kracht van de La Niña die zich de komende maanden op de Grote Oceaan tussen Peru en Indonesië afspeelt én met de ontwikkelingen van de watertemperaturen op de Grote Oceaan ten westen van Canada en de Verenigde Staten. Wordt de La Niña sterk, dan is de kans groot dat januari en februari bij ons wisselvallig en zacht verlopen, met een sterke westcirculatie. En dat geldt helemaal als het water ten westen van Canada en de VS zo warm blijft als nu het geval is. Als laatste zou het langdurende zonnevlekkenminimum ook invloed op het weer op het Noordelijke Halfrond moeten krijgen, maar dat verband is minder sterk en kan makkelijk overvleugeld worden door andere factoren, zo bleek tijdens voorgaande winters ook.

Wat we in oktober tot nu toe zagen, was dat er de eerste 10 dagen vooral een zeer sterk hogedrukgebied bij de Azoren lag en een ander sterk hogedrukgebied boven het noordoosten van Europa. Daartussen lag een corridor waardoor lagedrukgebieden, gevuld met koude lucht, onze omgeving makkelijk konden bereiken. De combinatie van de kou in de bovenlucht en het nog warme water van de Noordzee maakte dat het vooral in de kustgebieden veel regende en dat de neerslaghoeveelheden zich daar gestaag bleven opbouwen. In het binnenland was het vooral in het oosten minder nat.

Later in de maand kreeg het Azorenhoog een uitloper tot over IJsland en Groenland en schoof de kern van het hogedrukgebied zelf helemaal tot in de buurt van Newfoundland op. Daar ligt het nog steeds, maar de komende dagen komt het in beweging en keert weer bij de Azoren terug. Daarmee lijkt een einde te komen aan een lange fase met een negatieve NAO-index, die wijst op hogedruk in het noorden en relatief lage druk in het zuiden.

Er stelt zich een westcirculatie in
Nu zien we de luchtdruk op de Oceaan in de buurt van IJsland en Groenland omlaag gaan en bij de Azoren omhoog. De NAO-index klapt daardoor om naar een positieve fase en tijdens de laatste 10 dagen van oktober lijkt zich op de weerkaarten een zeer sterke westcirculatie te ontwikkelen, met volgende week enkele zeer diepe en uitgestrekte depressie op de Oceaan, die daar de wind af en toe enorm laten toenemen. In de ECMWF-berekening van gisteren om 12 UTC werd voor volgende week dinsdag op de Oceaan ten zuiden van IJsland een lagedrukgebied met een kerndruk van 912 hPa ingetekend. Er omheen een enorm windveld met op bepaalde delen van de Oceaan zelfs windvlagen tot 245 km/u.

Het ontstaan van de westcirculatie wordt nog eens aangewakkerd door de poolwervel, die boven het Arctische gebied behoorlijk op stoom begint te komen. Was hij gedurende de eerste fase van zijn ontwikkeling nog wat zwakker dan normaal, voor de komende twee weken wordt juist een zeer sterke fase voorzien. Tot en met de eerste week van november wordt de wervel duidelijk krachtiger dan normaal berekend en dat is een ontwikkeling die doet verwachten dat de inzettende westcirculatie ook wat langer duurt.

In november nieuwe ombouw van de atmosfeer?
Kijken we met een schuin oog op de ontwikkelingen nog wat verder vooruit in de tijd, dan zien we vanaf 10 november een toenemende onzekerheid. Terwijl de westcirculatie dan duidelijk in kracht inboet, is ook veel minder duidelijk hoe het met de poolwervel verdergaat. De opties waaieren flink uiteen. Verder zien we in de berekeningen van het ECMWF ineens de kans op een Scandinavische blokkade tot ongeveer 40 procent stijgen en dan langere tijd op dat niveau blijven. Ook de kansen op een fase net een negatieve NAO-index en een blokkade op de Oceaan groeien in de loop van de novembermaand. Tegelijk valt de kans op het aanhouden van de westcirculatie terug naar tussen 10 en 20 procent.

Van de andere besproken factoren kunnen we zeggen dat het bij La Niña waarschijnlijk in de winter bij de verwachte middelmatig sterke variant blijft. Voor wat het zeewater ten westen van de Verenigde Staten betreft, zijn er nog geen aanwijzingen dat dit water de komende tijd significant zal afkoelen. Daar waar de La Niña past in de aanloop naar het type winter uit onze eerste versie van de winterverwachting, helpt het warme zeewater ten westen van de VS er juist aan mee om het een vooral zachte en wisselvallige winter te laten worden.

Al met al hebben we dus een wat gemengd beeld. Er zijn zaken in de ontwikkeling van dit moment die goed in de in september geschetste aanloop naar de winter passen, maar er zijn er zeker ook die op een andere afloop wijzen. Later in november weten we meer.

Bron: weer.nl