Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief

Delfzijl, 22-2-2021

Nog een week, dan begint de lente. Het is dan ook de hoogste tijd voor onze lenteverwachting. En het is een lastige dit jaar, met signalen die elkaar tegenspreken. Het maken van een verwachting voor een overgangsseizoen als de lente, waarin zoveel op de kaarten verandert, is hoe dan ook een uitdaging van formaat. Helemaal omdat juist de lente het seizoen is dat de afgelopen jaren steeds door grote droogten werd gekenmerkt. En droogte heeft een flinke invloed op het weer.

Is de winter het seizoen van straalstroom, in de lente wordt de rol daarvan stukken minder groot. Omdat de zon in het poolgebied weer gaat schijnen, warmt de stratosfeer daar op en verdwijnt de poolwervel van het toneel. Meestal is dat in april al zover. Onze normale straalstroom verliest daardoor een belangrijke aanjager en wordt stukken minder sterk. Er trekken grote bochten in die de kans op noordelijke en ook zuidelijke winden bij ons veel groter maken.

Mogelijk zijn we al begonnen

Misschien zijn we er nu ook al wel aan begonnen. Hogedrukgebieden hebben het heft bij ons inmiddels stevig in handen genomen, de wind is zuidelijk en regen wordt de komende tijd niet of nauwelijks meer verwacht. Nu is de bodem nog nat, ook omdat de smeltende sneeuw nog flink wat water heeft losgelaten, maar op deze manier zal het niet lang duren of ook iets van een inzettende droogte gaat weer een rol in ons weer spelen. Is dat inderdaad zo, dan gaan de temperaturen sterker reageren als het helder weer is. Overdag zorgt de sterke instraling van de zon er dan voor dat het kwik wat verder kan stijgen dan anders, in de nachten wordt het juist wat makkelijker koud.

Het is uiteindelijk de windrichting die bepaalt welke van de twee invloeden de overhand krijgt. Vorig jaar maakten we iets dergelijks mee. Was het de eerste twee weken van maart nog wisselvallig, als een voortzetting van het natte en zachte weer dat we in de voorgaande winter hadden gehad, vanaf de tweede helft namen hogedrukgebieden de teugels over en begonnen we aan de zonnigste lente sinds het begin van de betrouwbare waarnemingen in 1901. Tot eind mei viel vervolgens nauwelijks regen meer. April kende een langere fase met zuidelijke winden en eindigde op de ranglijst van warmste aprilmaanden op een zesde plaats. In mei was de wind vaker noordelijk en gedroegen de temperaturen zich normaler voor de tijd van het jaar. Wel werd het steeds droger.

De drijvers van de winter spelen nog een rol

Voor het verloop van de komende lente lijken nog steeds de drijvers van belang die ook het verloop van de winter vorm hebben gegeven. Aan de ene kant is dat de poolwervel, die vanaf de tweede helft van december sterk verstoord was en op het noordelijk halfrond meerdere uitbraken van poolkou op de rails zette (waarvan één van de laatste ook Nederland bereikte). Aan de andere kant hebben we La Niña, de koude zeestroom op de Grote Oceaan langs de evenaar tussen Zuid-Amerika en Indonesië. De afgelopen maanden was La Niña steeds prominent aanwezig. Nu lijkt hij wat af te nemen, maar er zijn signalen dat La Niña na de zomer weer in vol ornaat zal terugkeren.

Beide drijvers werken, net als tijdens de afgelopen winter, tegen elkaar in. Is de voorgeschiedenis met een verstoorde poolwervel in de winter tijdens de erop volgende lente ook vaak goed voor veel hogedrukgebieden in het hoge noorden en bij ons geregeld winden uit de koude richtingen tussen noord en oost, als het drukpatroon horend bij de La Niña doorzet, krijgen we een depressiebaan vanaf de Oceaan tot over Scandinavië en wordt het bij ons wisselvalliger en ook zachter. Een tussenvorm is ook denkbaar, met een hogedrukgebied in onze buurt, ingevangen tussen twee takken van een gesplitste straalstroom, één over Noord-Scandinavië en de ander over het Middellandse Zeegebied.

Het weer van nu lijkt al erg hardnekkig

Die laatste variant zien we ook nu eigenlijk ook al op de weerkaarten en lijkt meteen erg hardnekkig te zijn. Dit is de droogste van de drie lentevarianten, want met een hogedrukgebied dichtbij, komen storingen bij ons er maar moeilijk door. En regen en het voorjaar gaan in Nederland de laatste jaren toch al moeilijk samen. Het worden wat dat betreft vast weer interessante maanden.

Mocht de laatste variant met de hogedrukgebieden steeds bij Nederland in de buurt de juiste blijken te zijn, dan gaan we opnieuw een droge lente tegemoet en zal droogte in het weer ook een steeds grotere gaan spelen. Met de daarbij behorende beweeglijkheid van de temperaturen.

Poolwervel heeft zijn invloed al verloren

Het vervolg, zoals dat bij een verzwakte poolwervel in de winter hoort, ligt op dit moment minder voor de hand, omdat de effecten ervan al lijken te zijn uitgewerkt. Zo is een einde gekomen aan de negatieve fases van de NAO- en AO-index en is het hogedrukgebied op de Noordpool verdwenen. Verder heeft de poolwervel zich juist goed hersteld en is voorlopig sterker dan normaal, alvorens in april definitief van het speelveld te verdwijnen, zoals ieder jaar rond die tijd gebeurt.

Een vervolg zoals dat bij een La Niña hoort, kan later in de lente natuurlijk alsnog doorzetten, maar garanties daarvoor zijn er niet. De huidige La Niña duurt al een tijdje, maar tot nu toe hebben we het karakteristieke drukpatroon dat erbij hoort nog niet gezien. Schijnbaar zijn er andere drijvers actief waarvan de invloed op het wereldwijde weer op dit moment gewoon groter is.

Droge en warme lente

Voorlopig lijken we dan ook te kunnen uitkijken naar een zonnige en droge lente met temperaturen die hoogstwaarschijnlijk duidelijk hoger dan normaal zullen uitpakken, zoals dat de afgelopen jaren vaak zo is geweest. Maar als gezegd, er zijn wel tegenstrijdige invloeden actief en als die elk op hun eigen manier later toch wat meer invloed krijgen, ligt een verrassing alsnog op de loer.

Bron: weer.nl