|
Nabrander uitzending Havenstad FM 03 februari 2007 |
Snellere stijging Noordzee nog niet zichtbaar in
RWS-metingen.
Meetstations versus steeds
nauwkeurigere satellietmetingen
Rijkswaterstaat kan de door IPCC geconstateerde stijging van de Noordzee
niet bevestigen. De zeespiegel is direct na de ijstijd enorm snel
gestegen en stijgt de laatste eeuwen in een veel minder snel tempo.
Sinds halverwege 19e eeuw registreert Rijkswaterstaat het peil van de
Noordzee, al zijn die gegevens, onder meer door de golfslag, niet zo
heel nauwkeurig. De onnauwkeurigheid is zo groot dat Rijkswaterstaat
niet kan zeggen of het peil van de Noordzee de laatste tien jaar wel of
niet versneld is gaan stijgen. De meetgegevens die de IPCC-deskundigen
gebruiken zijn gebaseerd op satellietmetingen en die worden steeds
nauwkeuriger. Daarom kan het IPCC die interpretatie wel maken.
De omgekeerde hockey-stick. Waar het IPCC-rapport alleen maar 'hockey-sticks' laat zien die op het einde ineens sterk omhoog gaan, is de 'hockey-stick' van de zeespiegelstijging omgekeerd. Zevenduizend jaar geleden aan het einde van de ijstijd steeg de zeespiegel met meters tegelijk. Langzaam is die stijging afgezwakt naar tientallen centimeters per eeuw. De vraag is of die stijging nu gaat versnellen.
Conservatieve inschatting smelten
van ijskappen
De gereduceerde bandbreedte in het laatste IPCC-rapport brengt de
maximaal te verwachten zeespiegelstijging terug van 88 cm/eeuw naar 58
cm/eeuw. In reacties op het IPCC-rapport wijzen het KNMI en het Milieu-
en Natuurplanbureau (MNP) op twee factoren die voor extra stijging
kunnen zorgen. Volgens het MNP zijn de wetenschappers in het
IPPC-rapport conservatief bij het inschatten van het smelten van
Groenlandse en West-Antarctische ijskappen. In het IPPC-rapport is
daarover een aparte vermelding te vinden die stelt dat een versnelde
afkalving kan leiden tot een extra stijging van 10 tot 20 cm/eeuw.
Extra stijging in de Noordelijke
Atlantische Oceaan
Het KNMI wijst op een mogelijke extra stijging aan de Nederlandse kust.
De warme Golfstroom zorgt ervoor dat het water in het noordoosten van de
Atlantische Oceaan tot op 3 kilometer diepte wordt opgewarmd. Het KNMI
gaar ervan uit dat een temperatuurstijging daar zal leiden tot meer
opwarming van het zeewater tot op grotere diepte dan elders in de tropen
en subtropen. Daardoor zal het zeewater daar meer uitzetten en het KNMI
houdt in de eigen klimaatscenario's dan ook rekening met een lokale
stijging van 0 tot 15 cm/eeuw boven op het mondiale gemiddelde van het
IPCC.
Grote verschillen in snelheid van
zeespiegelstijging
In Parijs hebben de wetenschappers die aan het IPCC-rapport hebben
meegewerkt, een compromis gesloten over de verwachte gemiddelde mondiale
zeespiegelstijging van 19 tot 58 cm/eeuw. Uit de beschouwingen van het
KNMI en het MNP valt op te maken dat er veel verschillende scenario's
zijn. Oplopend van 18 cm/eeuw volgens het IPCC als de CO2-uitstoot
beperkt blijft tot 700 cm/eeuw als ook de ijskappen van Antractica gaan
smelten.

De integrale tekst van de 'summary for policymakers' van het IPCC-rapport is te downloaden (als pdf-file, 2,2 mB) van de IPCC-website: www.ipcc.ch
Lees de MNP- en KNMI-beschouwingen op het IPCC-rapport op de websites:
Meer
informatie:
IPCC
Geneve, Zwitserland (0041) 22 730 8208
www.ipcc.ch