Uitzending Havenstad FM 3 maart 2007.


De menselijke maat  door Salomon Kroonenberg. Download hier een gedeelte van hoofdstuk 1.

De aarde over tienduizend jaar.

Hoe lang duurt duurzaamheid? Hoe eeuwig zingen de bossen? Wanneer komt de volgende ijstijd? Kunnen er nog grotere vloedgolven volgen dan die van tweede kerstdag 2004? Het zijn allemaal vragen die ons dwingen ver in de tijd vooruit te kijken. En niet alleen maar tot het jaar 2100, zoals de meeste klimaatmodellen doen: dat is de toekomst gemeten met de menselijke maat. We moeten minstens tot het jaar tienduizend kijken, omdat natuurlijke processen als klimaatverandering, zeespiegelstijgingen, aardbevingen en vulkanische erupties in veel grotere tijdschalen fluctueren. Omdat er over tienduizend jaar nog mensen zullen leven die de consequenties van onze huidige activiteiten ondervinden. Die misschien juist blij zijn met het beetje extra broeikasgas dat wij aan de atmosfeer hebben toegevoegd. Want daardoor is de ijstijd waarin zij leven niet zo koud.

Dit boek betoogt dat wij nu ook rekening moeten houden met die lange tijdschalen, met de maat van de natuur. Het laat zien hoe we een aantal trends uit het geologische verleden naar de toekomst kunnen doortrekken. Want het spreekt niet vanzelf dat de toekomst moeilijker te voorspellen is naarmate hij verder weg ligt. We weten niet of het klimaat in het jaar 2100 warmer zal zijn dan nu, maar we kunnen wel voorspellen dat na de huidige warme tijd weer een ijstijd komt.

Wat een verfrissend geluid! Iemand die zich afvraagt waarom wij ons in het mooie, rijke Westen hebben ontwikkeld tot van die zorgelijke types. Daar is toch helemaal geen reden voor? 'Het klimaat is vrijwel constant, maar toch zijn we bang dat het over een eeuw een graadje warmer is. De zeespiegel stijgt nauwelijks meer, maar wij doen of het een levensbedreiging is. Tobbers zijn we geworden, vol schuldgevoel.'

Deze optimist, of zo u wilt, scepticus ten opzichte van de milieudoemdenkers, is niet zomaar iemand, maar hoogleraar technische aardwetenschappen en, ook niet onbelangrijk, winnaar van de Nationale Wetenschapsquiz (editie 1999). Salomon Kroonenberg mogen we dus wel serieus nemen. Bovengenoemde citaten zijn geput uit zijn boek De menselijke maat - De aarde over tienduizend jaar, dat deze week bij uitgeverij Atlas verschijnt en waarover hij vanmiddag door Wim Brands zal worden ondervraagd.

Kroonenberg is van mening dat we een beetje kortzichtig zijn, dat we een aantal zorgwekkende trends, zoals de opwarming van het klimaat, maar één kant op zien gaan. Ja, logisch - als je tenminste niet verder kijkt dan het jaar 2100, zoals men in de aanhoudende stroom kritische milieu- en klimaatpublicaties pleegt te doen. Maar Kroonenberg wil liever 10.000 jaar vooruit blikken, al was het maar omdat dat soort (zorgelijke) trends dan van richting veranderd zijn; dan zijn we namelijk op weg naar de volgende ijstijd. In het perspectief van zo'n langjarige cyclus zijn wellicht ook andere beslissingen voor de korte termijn nodig. 'Misschien,' schrijft hij lichtelijk provocerend, 'zijn de mensen over vierhonderd generaties wel blij met al het koolzuurgas dat wij nu in de atmosfeer brengen: dan is de herfst niet zo koud.'

Kroonenberg beseft overigens heel goed dat het voor de meeste mensen lastig is om zover vooruit te kijken, en dat heeft alles te maken met de verschillende manieren waarop de aardse processen in de tijd werken. Als de drie verschijningsvormen van de tijd (tevens een belangrijk fundament voor z'n boek) onderscheidt hij: de tijd als stroom (de onomkeerbare opeenvolging van gebeurtenissen, de voortschrijdende tijd), de tijd als golf (dag en nacht, zomer en winter, ijstijd en warme tijd; ze hebben allemaal te maken met een cyclus) en de tijd als puls (een ordeloze opeenvolging van plotselinge pulsen energie, zoals aardbevingen, overstromingen, uitstervingen andere catastrofes zonder richting, doel of regelmaat). Deze 'stromen, golven en pulsen van minieme tot immense tijdschalen spelen samen een magistraal muziekstuk. De mens speelt daarvan slechts een enkele driekwartsmaat. De menselijke maat.'

Wie op zo'n manier in de toekomst schouwt, wordt niet gauw een doemdenker. Die waarschuwt niet voortdurend voor de apocalyps en het einde van de mensheid. 'Er zijn er al genoeg die dat doen, en naar de geschiedenis leert, gewoonlijk ten onrechte. Integendeel, ik wil juist betogen dat de mens zich heel goed kan aanpassen aan warmere of koudere klimaten, of hogere of lagere zeespiegels. (...) Misschien moeten we juist nadenken over wat we gaan doen als de zeespiegel straks weer daalt. Het duurt geen tienduizend jaar voor het weer zover is.' Aldus besluit hij hoofdstuk 1.

Door Kees Sluys.